Wat is een terminal en hoe gebruik je die?
Auteur: Redactie Domeny.ForSale Gepubliceerd
In het kort: Een computerterminal is een hulpmiddel waarmee je met het systeem communiceert, voornamelijk door opdrachten in te voeren en tekstuele resultaten te lezen. Je kunt er onder andere bestanden mee bekijken, programma’s starten en een server beheren. Het woord ‘terminal’ heeft ook andere betekenissen: het kan een betaalautomaat of een deel van een luchthaven aanduiden. Bij computers gaat het meestal om een venster waarin je met opdrachten werkt.
Hoe werkt een computerterminal?
In een grafische interface voer je taken uit met vensters, knoppen en menu’s. In een terminal typ je een opdracht, bevestig je die met Enter en krijg je een resultaat, een foutmelding of een verzoek om aanvullende gegevens. Sommige programma’s werken interactief in de terminal: ze tonen bijvoorbeeld een teksteditor of een overzicht van het processorgebruik.
De terminal zelf interpreteert opdrachten meestal niet. Dat doet de shell: een programma dat de ingevoerde instructies herkent en de bijbehorende acties uitvoert. Voorbeelden van shells zijn Bash, Zsh en PowerShell.
De naam heeft een historische oorsprong: een terminal was een afzonderlijk apparaat, meestal met een toetsenbord en een scherm, dat op een computer was aangesloten. Een moderne toepassing die deze functie nabootst, heet een terminalemulator, al spreken we in het dagelijks gebruik gewoon van een ‘terminal’.
Terminal, console en opdrachtregel: wat is het verschil?
Deze termen worden soms door elkaar gebruikt, maar beschrijven net iets andere onderdelen van het werken met een computer. Het eenvoudigste onderscheid is:
| Begrip | Betekenis |
|---|---|
| Terminal | De plek waar je opdrachten invoert en de resultaten van programma’s ziet. |
| Shell | Het programma dat opdrachten interpreteert, bijvoorbeeld Bash of PowerShell. |
| Opdrachtregel | Een manier om opdrachten als tekst in te voeren; in Windows is Opdrachtprompt ook de naam van het programma cmd.exe. |
| Console | Afhankelijk van de context: een lokale interface voor het bedienen van het systeem, of een informele benaming voor een terminalvenster. |
Zo is Windows Terminal een toepassing waarin je tabbladen kunt openen met PowerShellem, de Opdrachtprompt of een shell van een Linux-systeem dat via WSL is gestart. WSL is een functie waarmee je een Linux-omgeving kunt gebruiken binnen Windows. De terminal is dus het ‘venster’ en de shell het programma dat in dat venster werkt.
Dit onderscheid helpt je bij het volgen van handleidingen. Een opdracht voor Bash werkt niet noodzakelijk in PowerShellu, ook als beide vensters op elkaar lijken. Het gaat om de shell, het besturingssysteem en de beschikbaarheid van het programma, niet om de achtergrondkleur van de terminal.
Waarvoor is een terminal handig?
Een terminal is vooral nuttig voor terugkerende taken of taken waarvoor je parameters nauwkeurig moet opgeven. Je kunt er bestanden mee zoeken, een script starten, een netwerkverbinding controleren of Git gebruiken: een systeem dat de geschiedenis van wijzigingen in projectbestanden bijhoudt.
Beheerders gebruiken de terminal vaak om via SSH verbinding te maken met servers. Dat is een protocol voor veilige, versleutelde toegang tot een computer op afstand. Zodra de verbinding is gemaakt, worden de opdrachten op de server uitgevoerd, niet op je eigen laptop. Dat is vooral belangrijk wanneer je gegevens wijzigt of verwijdert.
Een voorbeeld: twee foto’s hernoemen gaat meestal gemakkelijk in een bestandsbeheerder. Maar als je enkele honderden foto’s volgens dezelfde regel wilt hernoemen, kan een opdracht of script het handwerk beperken. Dat betekent niet dat een terminal altijd beter is: voor een eenvoudige, eenmalige taak is een grafische interface vaak voldoende.
Hoe open je een terminal en voer je je eerste opdrachten uit?
Zoek in Windows in het menu Start naar ‘Terminal’, ‘PowerShell’ of ‘Opdrachtprompt’. Welke toepassingen beschikbaar zijn, hangt af van de systeemconfiguratie. In macOS vind je de toepassing Terminal via Spotlight. Zoek in Linux-distributies naar een terminaltoepassing in het programmamenu; de naam hangt af van de grafische werkomgeving.
Begin met handelingen die alleen informatie weergeven:
- Controleer de huidige directory, oftewel de map waarin je op dat moment werkt. Typ in Bash, Zsh en PowerShellu de opdracht
pwd. Typ in de Opdrachtprompt van Windows de opdrachtcdzonder extra argumenten. - Bekijk de inhoud van de directory. Gebruik in Bash en Zsh de opdracht
ls, in PowerShellu de opdrachtGet-ChildItemen in de Opdrachtprompt van Windows de opdrachtdir. - Ga naar de bovenliggende directory met de opdracht
cd ... Die werkt in alle genoemde shells.
De huidige directory is het uitgangspunt voor veel opdrachten. Als je alleen een bestandsnaam opgeeft, zoekt het programma dat bestand doorgaans daar. Zet paden met spaties tussen aanhalingstekens, bijvoorbeeld cd "Mijn projecten", als die submap bestaat.
Hoe gebruik je een terminal veilig?
Een terminal is op zichzelf niet gevaarlijk, maar opdrachten kunnen instellingen wijzigen en gegevens verwijderen. Een bestand dat je met een opdracht verwijdert, belandt niet noodzakelijk in de prullenbak. Wees extra voorzichtig met opdrachten die op hele directory’s werken en met opdrachten die je met beheerdersrechten uitvoert, bijvoorbeeld via sudo op Unix-achtige systemen.
Plak geen opdrachten uit een onbekende bron zonder te begrijpen wat ze doen. Controleer vooral instructies die een script van internet downloaden en het meteen uitvoeren. Controleer voordat je bestanden bewerkt in welke directory je werkt en of je een kopie van belangrijke gegevens hebt.
Maak om te oefenen eerst een gewone map met enkele testbestanden. Leer de inhoud ervan weer te geven en tussen directory’s te navigeren, zonder beheerdersrechten en zonder opdrachten die gegevens verwijderen.
Zie ook: Wat is 2FA?
